Wacht even totdat het plaatje kort verschijnt en dan weer verdwijnt. Daarna elke keer op de lege plek boven de tekst clicken voor  het plaatje.
HET PROCES...
Nadat Jezus gevangen genomen werd, bracht de gewapende bende hem naar het huis van de Hogepriester in Jeruzalem...
Die had de geestelijke leiders en vertegenwoordigers van het volk bij elkaar geroepen om Jezus te berechten.
Er moest natuurlijk wel een goede aanklacht tegen hem gevonden worden om hem ter dood te kunnen veroordelen.
Op zijn gedrag was niets aan te merken. Hij had doven, blinden, melaatsen en verlamden genezen en zelfs doden opgewekt!
Misschien zouden ze hem kunnen veroordelen om iets wat hij zou hebben gezegd.
Maar daar heb je op z'n minst twee getuigen voor nodig die allebei hetzelfde naar voren brengen.
Twee hadden Jezus ooit horen zeggen dat hij de tempel kon afbreken en na drie dagen weer opbouwen.
Maar Jezus reageert daar niet op. Daarom besluit de hogepriester hem een vraag te stellen waarop hij wel reageren moet!
"In de naam van de levende God, zeg ons, bent u de Messias, de zoon van God?"
"U zegt het!"  antwoordt Jezus. "Vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de almachtige God en hem zien komen op de wolken van de hemel!"
Vol afschuw scheurt de hogepriester zijn kleren kapot en roept uit: "Dit is Godslastering! We hebben geen getuigen meer nodig! Iedereen kon het horen! Hij verdient de dood!"
Ondertussen staan de bedienden van de hogepriester zich op de binnenplaats te warmen bij een vuurtje.
Petrus, één van Jezus' leerlingen, is nieuwsgierig naar de afloop en probeert onopgemerkt binnen te komen.
"Zeg, jij bent toch ook één van zijn leerlingen?" Petrus schrikt! "Welnee, hoe kom je erbij!" zegt hij.
Terwijl hij bij de anderen gaat staan om zich te warmen bij het vuur, krijgt één van de dienstmeisjes hem in de gaten.
Terwijl hij vlug naar de poort loopt, ziet een ander dienstmeisje hem. "Jij hoort ook bij die Jezus van Nazareth!" zegt ze. Maar Petrus zweert dat hij hem niet eens kent!.
De omstanders komen op hem af. "Ja hoor, jij bent ook één van hen! We horen het aan je spraak!" Petrus begint te vloeken en te zweren: "Ik ken die man niet!"
Op dat moment kraait er een haan. "Vóór de haan kraait, zul je me drie keer hebben verloochend, Petrus!" had Jezus gezegd...