DE VEROORDELING... |
Nadat de geestelijke leiders en de vertegenwoordigers van het volk besloten hadden
dat Jezus ter dood gebracht moest worden, lieten ze hem geboeid wegbrengen naar
Pilatus, de gouverneur. |
Het is nog vroeg in de morgen en er is haast bij. Voor de avond moet Jezus ter dood
zijn gebracht in verband met de sabbath. |
Pilatus, de stadhouder, komt naar buiten en vraagt hen waarvoor ze zijn gekomen. |
"Deze man brengt ons volk in opstand!" roepen ze. "Hij zegt dat ze geen belasting
moeten betalen aan de Keizer!" |
"Bovendien beweert hij van zichzelf dat hij de Messias is, de Koning!" Pilatus komt
naar beneden. |
Hij moet er een beetje om lachen dat de joodse leiders nu zo plotseling voor de Romijnse
Keizer zijn! Maar wie is die Jezus? |
"Bent u de koning van de Joden?" vraagt hij. "U zegt het!" antwoordt Jezus. |
"Ik vind niets waaraan deze man schuldig is hoor!" zegt Pilatus tegen de priesters
en het toegestroomde volk. |
"Met zijn toespraken heeft hij de mensen opgehitst!" schreeuwen ze. "Eerst in Galilea,
toen in Judea en nu hier in Jeruzalem!" |
Er komen steeds meer mensen. Opgestookt door de priesters schreeuwen ze en beschuldigen
Jezus van alles en nog wat. |
"Hoort u niet waar ze allemaal tegen u inbrengen?" vraagt Pilatus. Maar Jezus zegt
niets. Vreemd... |
Komt hij uit Galilea? Dan valt hij onder mijn collega Herodes! Die is net voor het
Paasfeest in Jeruzalem. Als ik hem daar eens naar toe stuur! |
Maar Herodes weet ook niet wat hij met Jezus aan moet. Hij hoopte een wonder
van hem te zien, maar Jezus zegt geen woord. |
Nadat zijn soldaten de gek hebben gestoken met Jezus, brengen ze hem weer terug naar
Pilatus. |
Weer spreekt Pilatus de menigte toe en zegt dat Herodus en hij tot de conclusie zijn
gekomen dat Jezus onschuldig is. |
"Hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat," zegt Pilatus. "Ik zal hem laten
geselen en hem daarna de vrijheid geven!" |
"Kruisig hem!" schreeuwen ze. "Volgens onze wetten verdient hij de doodstraf! Want
hij heeft zichzelf de Zoon van God genoemd!" |
Nu wordt Pilatus ongerust, vooral nu hij ook een waarschuwing van zijn vrouw heeft
gekregen: "Bemoei je toch niet met die onschuldige...!" |
Nu wordt elk jaar om deze tijd een gevangene vrijgelaten. Als hij ze nu eens de keuze
geeft tussen Barabbas, een moordenaar en Jezus... |
Hij brengt Jezus naar buiten die ondertussen door de soldaten is gegeseld. "Kijk
eens naar deze mens! Moet hij vrij of Barabbas?" |
De opgezweepte menigte kent geen medelijden. "Kruisig hem! Kruisig hem!" brullen
ze. "En laat Barabbas los!" |
Pilatus laat water halen en wast zijn handen. "Ik was mijn handen in onschuld," zegt
hij. "Nu moeten jullie het zelf maar weten!" |
"Laat de straf voor zijn dood maar op ons en onze kinderen neerkomen!" schreeuwen
ze. "Maar hij moet worden gekruisigd!" |
Nog diezelfde morgen wordt Jezus overgeleverd aan de soldaten om gekruisigd te worden.
Hij zal de zwaarste straf ondergaan die er is. Maar niet voor zichzelf...
|